8 mei 2011: de eerste keer dat ik een zwerm zag, de eerst keer dat ik een zwerm schepte. Totaal onverwacht vond ik deze zwerm in een klein boompje. Totaal onverwacht? Nu ja, als beginnend imker zie je wel eens wat over het hoofd, een pro had het vast wel zien aankomen.

Nu goed, een zwerm. De theorie zegt: men neme een emmer en schudde de bijen erin, zie dat je de koningin meehebt! Hmmm…
Ik had een geluk dat Fré ook bij mij thuis was en in een pak kon worden gestopt. Het gezegde dat een zwerm niet steeklustig is, klopte alvast bij ons. De bijtjes hadden enkel oog voor hun koningin. Enkele keren krachtig schudden aan het boompje boven de emmer leverde een hoop bijen IN en NAAST de emmer op. We goten de bijen (echt als een vloeistof, heel gek) in een klein kastje en hoopten dat we de koningin mee hadden. Na enkele minuten kwamen enkele bijen buiten de kast zitten waaieren (achterlijf omhoog en flapperen met de vleugels) -> dat was HET teken dat we de koningin mee hadden! Na 15 minuten zaten alle bijen braaf in de kleine kast.

9 mei 2011: ik dacht, we gaan die zwerm toch nog eens checken. BAM, weer een zwerm! Een andere dan ervoor want de eerste zwerm zat nog steeds braaf in de kast. Deze zwerm was afkomstig van een andere kast. Gezien het ook een voorzwerm was (zwermen gaat in verschillende stappen als je het niet tegenhoudt) kon ik deze gemakkelijk schepbare (zie foto) verenigen met de eerste zwerm (in een grotere kast weliswaar) met de dagbladmethode. Dat is niets meer dan een krant tussen de 2 bakken te leggen, in elke bak zit een verschillend volk, en na een dag door de krant knagen zijn ze elkaars geur gewoon en voelen ze zich 1 volk. De koninginnen hebben het uitgevochten gezien ik ze ’s avonds niet meer vond.

Gezien er in deze kast met 2 zwermen enkel vliegbijen zitten (en een koningin en een aantal darren) besloot ik deze te verwisselen met 1 van de volken die gezwermd (en dus verzwakt) was. De vliegbijen van dat andere volk zullen zich ook aansluiten bij de zwerm. De honingzolder verhuisde eveneens mee naar de zwermkast en de andere kast wordt nu bij gevoederd.

Wil je meer weten over het hoe en waarom van zwermen: http://www.konvib.eu/imkertechnieken-hoe-imkeren/270.html

Even kort over de biekes: Met de 2 kasten gaat alles goed, ze zijn beiden ingewinterd (ze hebben suiker gekregen om de winter door te komen) en zijn behandeld tegen varroa met thymovar. Nu is het duimen dat ze beiden goed de winter door komen.

Sinds gisteren is het officieel herfst seizoen, hoewel het eigenlijk sinds augustus al herfstig weer is maar kom, en dus zijn de paddestoelen weer in volle glorie te bewonderen. In mijn tuin doen de vliegenzwammen het erg goed en ik maakte er (samen met Gert Arijs) een fotomoment voor vrij.

De opstelling voor het fotograferen van paddestoelen is de volgenden: een statief ter stabilisatie (volgens Arijs met spikes) en eventueel flits en reflectiescherm voor optimale belichting. Zeer simpel dus!

En tot slot nog wat zottigheden met Gert Arijs:

Tijdens mijn eerste slingering ooit (zonet) haalde ik een zeer mooie 16kg lentehoning binnen!

De honing is geweldig lekker! Er zit blijkbaar redelijk wat boomhoning in, er was een kruidige afsmaak.

Morgen meer met een fotoverslag over de slingering.

Sinds enkele dagen was ik mijn bijen zowat kwijt. Normaal gezien weet ik wat de’ highlight’-plant van het moment is (lees: waar ze massaal op zitten). Ze kiezen steeds voor de beste kwaliteit van nectar en stuifmeel van het moment. Bijvoorbeeld in maart/april is dat op wilg of tot twee weken geleden op de bloemen van de laurierstruik.
Nu dat de paardekastanje op zijn hoogtepunt is, dacht ik ze daar te vinden. Maar nee hoor, mijn bijtjes hebben een andere nectar/stuifmeel bron gevonden.

Ze zaten dus massaal op de spork, ofte sporkehout, vuilboom, Rahmnus frangula. Dit struikje dat hier (de Vlaamse zandstreek) spontaan overal verjongt, is van ‘bijenbelang’ gezien er van mei tot september bloemen op te vinden zijn. Het bijzondere is dat de vruchtjes (zwarte bessen, ZEER geliefd door vogels) tegelijk met de bloemen te vinden zijn op één struik. Bijenparadijs + vogelparadijs dus!
De kwaliteit van het stuifmeel van deze struik wordt omschreven als de zeer hoog. Daarom dus zitten mijn biekes op de spork! Hieronder enkele foto’s van de spork + bijtjes.

Niet enkel bijen foerageren op spork, maar tegen de avond werden ook zeer veel hommels waargenomen op deze struik. Hommels zijn actief vanaf lagere temperaturen dan bijen. Binnekort misschien ook  wat hommelkiekjes.

De bloemenweide schiet al goed op! Over een maand hopelijk in paars/rood/geel/blauw!

Op onze paardeweides wordt niet bijgemest (de shetlanders hebben best een schrale weide) en bijgevolg ontstaat daar vanzelf een bloemenweide met kruipende en scherpe boterbloem (zie foto), akkerereprijs, schapenzuring, … en verscheiden grassoorten (onder andere reukgras!). Een zeer mooi zicht!

De Brenta (rechtsonder) geniet ook van haar bloemenweide😉

Door de thesisstress die toeneemt naarmate we dichter bij de deadline komen en door de koude lente die we plots kregen, wacht ik nog even met slingeren. Eergister kon ik het niet meer houden van nieuwsgierigheid: “Hoeveel honing zit er al?” Ik deed de kast open en zag dat mijn ijverige biekes heel goed bezig zijn, ondanks het slechte weer. In de honingzolder (het bovenste verdiep) zijn de middelste ramen al mooi gevuld en verzegeld. Aan de zijkanten kan er nog wel wat bij.

Hoe komen die beestjes tot honing? De werksters bezoeken bloemen voor nectar en stuifmeel. De nectar slaan ze op in hun honingmaag en daar gebeurt al een eerste chemische omvorming: inversie van de suikers. De sacharose wordt gesplitst tot fructose en glucose door enzymen van de bij. Eens aangekomen in het nest wordt de omvormende nectar nog een paar keer doorgegeven van bij tot bij om deze omzetting verder te zetten. Daarna worden de cellen er traagjes mee gevuld. Traagjes want de honing moet ook indikken, het water moet eruit  om langer te kunnen bewaren. Wanneer de nectar is omgezet tot honing en wanneer die een vochtigheid lager dan 20% heeft wordt de cel afgedekseld. Stockage!

Maar hierop is het dus nog een week of 2 wachten…

Even een leuk filmpje van Sir David over wilde bijen in de tropen: LINK

Zoals vorige week verteld, is er aan zwermverhindering gedaan. Het moerloos volk (ik nam de koningin weg, die zit nu in de veger, de kleine kast) maakte redcellen aan op pas gelegde eitjes. Deze grotere cellen worden ook doppen genoemd en zijn gevuld met koninginnebrij. Een goedje dat het verschil maakt tussen een werkster en een koningin. Vijf dagen na het maken van de aflegger, openden Fons en ik de kast om op zoek te gaan naar deze doppen. We moesten het aantal doppen verminderen tot 2. Er zaten een goeie 15 doppen op en als die allemaal zouden uitkomen, dan zal mijn volk ook zwermen. Dus twee laten staan, de rest … breken. We selecteerden niet de grootste maar één van gemiddelde grootte op het midden van het raam, in de buurt van elkaar. Mijn dames zullen binnenkort uitkomen (Tuten en kwaken, een onderwerp voor later) en uiteindelijk zal één van de twee het halen als de toekomstige koningin. Ondertussen heeft mijn volk geen broed te verzorgen, de koningin kan pas eitjes beginnen leggen nadat ze haar bruidsvlucht heeft gedaan. Tijdens die bruidsvlucht wordt madame in de lucht bevrucht door een tiental darren die daar direct het loodje bij leggen.Hierbij een foto van de uitgebroken doppen:

De honingzolder is ondertussen erg zwaar aan het worden! Zelfs met het koude weer zijn ze aan het vliegen (niet zo massaal weliswaar, maar toch!). Slingeren zal voor eind mei zijn, na mijn thesis-gekte!

Gisteren heb ik samen met een ervaren imker uit de buurt (Fons) aan zwermverhindering gedaan. Zoals je misschien wel weet, krijgt elk bijenvolk in de periode april-mei zin om te gaan zwermen. Het is een natuurlijke manier om aan volkvermeerdering te doen. De kast geraakt nu overvol met werksters en darren (de mannetjes). De werksters die voor de koningin zorgen zetten haar op dieet (madam kan anders niet vliegen) en er worden jonge koninginnen opgekweekt (het aanzetten van moerdoppen). Het moment voordat de nieuwe koninginnen zouden uitsluipen, vertrekt de oude koningin met de helft van het volk, op zoek naar een andere stek. Een zwerm honingbijen zal het waarschijnlijk niet overleven, want het aantal geschikte nestplaatsen is zeer beperkt geworden bij ons. Ze zoeken dikke dode bomen waar een gat in zit en dergelijke. Tot ze iets gevonden hebben, hangen ze zich ergens vast. Bijvoorbeeld aan een tak. Een imker (opgebeld door een bange mevrouw met gevaarlijke steekbijen in haren hof) kan de bijen terug komen ophalen.

Nu goed. Als imker is het in deze maanden je voornaamste taak om deze zwermstemming te verminderen. Je wil namelijk niet dat je plots met een gehalveerd volkje zit. (voor de komende honingoogst is dat niet goed)
Dus we beperken hun zwermgoesting. Hoe? Wel ja, heel simpel, bij de bijen moet je het psychologisch spelen. We laten ze denken dat ze gezwermd hebben! Aha, een kunstzwerm! Dus we verplaatsen de oude koningin met een paar honderd werksterbijen, een paar ramen broed en voedsel naar een andere, lege kast. Dit noemen we de veger.

In de oude kast hebben we nu geen koningin meer, dit is een moerloos volk geworden. Werksters kunnen geen bevruchte eitjes leggen en zullen het probleem oplossen door redcellen te bouwen op vers gelegde eitjes (door de oude koningin). In deze redcellen worden de larfjes speciaal gevoed om koningin te worden. In mijn volgende post vertel ik hier wat verder over.

Het zoeken van de oude koningin was zeker niet gemakkelijk. Hoewel ze een groene bol op haar borststuk had (zoals deze) kon ze zich zeer goed verstoppen. We hadden 2 bakken om uit te zoeken en jawel, op het voorlaatste raampje zat ze! Eureka! De verplaatsing ging goed en de dag nadien zag ik bij mijn inspectie (een snelle glimps) 2 goede tekenen.
– De dode bijen lagen buiten op de vliegplank. Bij een interventie van dit formaat (het volledig doorzoeken van de kast) sneuvelen er sowieso wat bijen. Alleen een gezond volk verwijderd die uit de kast. Dus goed!
– Bovenop de kast ligt een glazen deksel hierdoor zag ik dat ze al vollop aan het bouwen zijn.

Hierbij ook nog enkele kiekjes.

Er werd zeer voorzichtig naar de gemerkte koningin gezocht. Met de groene bol op haar rug (binnekort misschien eens een fotoke van hare majesteit) dacht ik dat we haar gemakkelijk gingen vinden… maar niet dus.

In de eerste broedbak konden we de koningin niet vinden. Op naar de 2de broedbak… ZOVEEL BIJEN!!! Het volk bestaat nu zeker al uit een 50 000 bijen.

GEVONDEN op het voorlaatste raam!!

Ik ben zeer content met mijn begeleider want met de theorie alleen zou het toch niet zo goed lukken. De nodige tips&tricks leer je enkel al doende. Vandaag kwam het zwermen trouwens nog in het nieuws: link

Dan nog eentje over het boeren bij ons. De papa heeft gisteren voor het eerst zijn nieuw (koopje) zaaimachine kunnen testen. We zaaiden maïs (hieraan hebben de biekes helaas niets, het is voor de damhertjes), zonnebloemen (yes!) en koolzaad (dubbel yes voor de biekes!). De eerder gezaaide bloemenweide begint nu mooi te kiemen en verder doet de pas aangeplante houtkant (meidoorn, spork, sleedoorn en 4 wilgensoorten) het ook zeer goed.

Hoe snel kan een bij zich oriënteren wanneer die op een nieuwe plaats komt? Direct! Direct worden zoekbijen uitgezonden om de omgeving te verkennen. Alle mogelijke voedselbronnen worden ijverig doorgecommuniceerd en voor je het weet zitten ze op de skimmia struik aan je achterdeur. haha! Volgens mijn buren zijn ze vanaf dag 1 ook al gesignaleerd op de narcissen. Wat een stoere beesten!

Nu goed, na enkele dagen kon ik niet meer wachten. Hoe is de situatie in de kast? Is er genoeg voedsel, is de koningin aan de leg, zijn er ziektes, zwaktes? De voorjaarscontrole biedt antwoord op deze prangende vragen. Niet elk bijenvolk komt goed door de winter en tegenwoordig is het zelfs zo dat er steeds meer verzwakking is en veel volken sneuvelen. Eerst en vooral moet je naar de vliegplank kijken, komen ze binnen met gele broeken, de pollen? Jawel, het af- en aangevlieg was zelfs zeer vlot!

Ik trok mijn pak aan! En vervolgens, de beroker aan krijgen… hmzzz, was dat een geklungel, dat ding gaat zeer snel terug uit! Ik gebruik een lavendelkorrel om mijn biekes wat te kalmeren tijdens het openen van hun huis.

Het tweede probleem waarmee ik te maken kreeg was dat ik de kasten niet van elkaar kreeg. Die beestjes zijn druk bezig met overal propolis te smeren, waardoor ik toch wel wat last had. Het gevolg was dat ik enkel de bovenste kast heb kunnen inspecteren. Door de rook was madam (de koningin ofte moer) naar onder gevlucht. Dus hare majesteit heb ik niet kunnen zien. Wat ik echter wel zag was dat ze al verse honing binnenbrengen! De stuifmeelvoorraad zit zeer goed en verder zag ik afgedekseld broed zitten. Dit zijn larven, ontloken uit eitjes van de koningin. Ik zag ook dat de darren, de mannetjes van het bijenvolk, in de maak zijn. Deze hebben een andere cel, iets meer erboven op, iets groter.

Oei! Ik zie zonet een fout die ik maakte! Ik heb tijdens de inspectie een nogal lang laken gebruikt dat ook de vliegopening afdekte. Daarom konden er geen bijen meer binnen of buiten. Dit verklaart de lichte vijandigheid. Niet dat ik zonder pak zou zijn doodgestoken maar ik was toch content dat ik er een had.

Morgen, als het weer goed is (het moet 17°C zijn en liefst windstil als je de kast opent) probeer ik nog eens onderaan open te doen. Ik zou daar enkele ramen moeten vervangen. En stap 2 is het opzetten van de honingzolder!

Hoe begon het?
In Oostenrijk was de imkerkriebel begonnen. Ik volgde een zeer interessante theoriecursus over de bijenkunde. Hoewel er met dat Oostenrijkse Duits redelijk wat informatie de mist is ingegaan, hield ik er een honingzoete honger aan over. Heel toevallig
vond ik dat de Gentse imkers een imkercursus voor beginners inrichtten => Inschrijven zonder nadenken!!

Tijdens die cursus, die nu trouwens nog verder gaat met de praktische kant, leerde ik heel wat bij en belangrijkst van al: mijn goesting tot imkeren ging niet over. Die goesting werd echter nog erger. Wat is er mooier van hobby om voor bijtjes te zorgen die je omgeving bestuiven en misschien wel voor iets zoets kunnen zorgen? Verder ontdekte ik dat imkeren in mijn roots zit. Mijn reeds overleden grootvader had vroeger een dozijn kasten in zijn serres staan om de aardbeien te bestuiven. Mooi mooi mooi!

Een bijenhal

De papa timmerde een mooie bijenhal voor een 3tal kasten

Goed, hier thuis werd een stekje gezocht voor mijn toekomstige bijenvolk. Je moet namelijk opletten met de buren, eventuele passagewegen enzoverder. Niet dat ze zo’n groot gevaar zijn hoor, maar je wil toch liever geen bijen vlak aan het zwembad van de buren… Ik koos voor een plekje in de haagkant tussen onze twee paardeweides. Het deel voor de kast is intussen omgevormd tot bloemenweide waar de shetlandpony’s geen toegang tot hebben. Dit omvormen hield in dat de papa zich volledig kon uitleven in het boeren. Hij kon eindelijk zijn Simar bovenhalen, een ploeg waar je achter moet lopen en waardoor je bijna vergast van de rook. Zwaar labeur!

Hierna werd het bloemenmengsel (Brandenburger) mooi verdeeld en bedekt met aarde.

Hopelijk komen er veel bloemekes te staan! In Juni post ik nog wel een foto als het lukt.

De bijenweide
Is mijn omgeving wel bloemrijk genoeg om mijn bijenvolk voldoende eten te kunnen verschaffen? Dat is een heel belangrijke vraag die een imker zich moet stellen alvoor te beginnen. Ons platteland wordt helaas leger en eentoniger. Eindeloze velden mais, tonnen pesticiden en klaverloze weides betekenen de dood voor bijen! Gelukkig woon ik in een bosrijk gebied waar er ook veel bloemrijke tuinen te vinden zijn.
Honingbijen bezoeken planten binnen een straal van 3 km van de kast. Ik ging op zoek naar mogelijk voedzame planten in de directe omgeving. Jawel ik vond ze! Mannelijke boswilg (!!!reuzebelangrijk) bij de buren en in de velden, skimmia aan de keuken, linde, kastanje, kersen… Yes, ik heb een bijenweide!

De verhuis
Het volgende onderdeel was de aanschaf van een gezond bijenvolk. Via de lesgevers van de imkercursus vond ik een kast met volk in Melle. Het is een sterk carnica (bijenras) volkje dat de winter goed doorkwam. Het verplaatsen van bijen doe je best in de avond of in de vroege ochtend want dan zitten kwasi alle bijen in de kast. Als je ze op de middag zou gaan vervoeren mis je de helft van je werksters die aan het werk zijn!
De vroegere eigenares van mijn bijen deed ze weg omdat ze sinds kort last kreeg met de buren. Ze vond het ook niet eenvoudig meer om de bijen te houden na het overlijden van haar man. De imkerij is trouwens letterlijk een uitstervend beroep omdat de gemiddelde leeftijd ergens rond de 70 zit ofzo. Nochtans zien de imkerbonden de toekomst terug rooskleuriger door het startende enthousiasme van jonge mensen (rond de 30j)!

Voorzichtig werd de kast dichtgebonden met spanbanden en vervolgens in een kruiwagen verplaatst tot aan de aanhangwagen.

En voila! Het bijenvolk is geïnstalleerd. De vorige eigenaresse was zeer triest om haar laatste volkje te zien vertrekken. Ik beloofde haar dat ik ze goed zal verzorgen. Het imkeravontuur is begonnen!

Vipera. De adder. Of beter Adder met grote A. Deze bedreigde slang is de enige giftige in ons land. 2 redenen om deze soort met respect te benaderen. Vorig weekend hadden we een adder-weekend bij adder-pro Danny. De NFWG op zijn best: combi van natuurfotografie, het Eiland en streekbieren op een stokje. Gert, Brecht, Bert en Karel waren ook van de partij.

Goed, minder zever. Meer fotos:

Adder

Adder

Adder

Wat een geweldige vormen heeft dit dier toch. Echt een prachtig beest!

Steph en Adder

©Gert Arijs: Stephanie met Adder. Dat verhoogt de hartslag toch eventjes…