Zoals vorige week verteld, is er aan zwermverhindering gedaan. Het moerloos volk (ik nam de koningin weg, die zit nu in de veger, de kleine kast) maakte redcellen aan op pas gelegde eitjes. Deze grotere cellen worden ook doppen genoemd en zijn gevuld met koninginnebrij. Een goedje dat het verschil maakt tussen een werkster en een koningin. Vijf dagen na het maken van de aflegger, openden Fons en ik de kast om op zoek te gaan naar deze doppen. We moesten het aantal doppen verminderen tot 2. Er zaten een goeie 15 doppen op en als die allemaal zouden uitkomen, dan zal mijn volk ook zwermen. Dus twee laten staan, de rest … breken. We selecteerden niet de grootste maar één van gemiddelde grootte op het midden van het raam, in de buurt van elkaar. Mijn dames zullen binnenkort uitkomen (Tuten en kwaken, een onderwerp voor later) en uiteindelijk zal één van de twee het halen als de toekomstige koningin. Ondertussen heeft mijn volk geen broed te verzorgen, de koningin kan pas eitjes beginnen leggen nadat ze haar bruidsvlucht heeft gedaan. Tijdens die bruidsvlucht wordt madame in de lucht bevrucht door een tiental darren die daar direct het loodje bij leggen.Hierbij een foto van de uitgebroken doppen:

De honingzolder is ondertussen erg zwaar aan het worden! Zelfs met het koude weer zijn ze aan het vliegen (niet zo massaal weliswaar, maar toch!). Slingeren zal voor eind mei zijn, na mijn thesis-gekte!

Advertenties