Door de thesisstress die toeneemt naarmate we dichter bij de deadline komen en door de koude lente die we plots kregen, wacht ik nog even met slingeren. Eergister kon ik het niet meer houden van nieuwsgierigheid: “Hoeveel honing zit er al?” Ik deed de kast open en zag dat mijn ijverige biekes heel goed bezig zijn, ondanks het slechte weer. In de honingzolder (het bovenste verdiep) zijn de middelste ramen al mooi gevuld en verzegeld. Aan de zijkanten kan er nog wel wat bij.

Hoe komen die beestjes tot honing? De werksters bezoeken bloemen voor nectar en stuifmeel. De nectar slaan ze op in hun honingmaag en daar gebeurt al een eerste chemische omvorming: inversie van de suikers. De sacharose wordt gesplitst tot fructose en glucose door enzymen van de bij. Eens aangekomen in het nest wordt de omvormende nectar nog een paar keer doorgegeven van bij tot bij om deze omzetting verder te zetten. Daarna worden de cellen er traagjes mee gevuld. Traagjes want de honing moet ook indikken, het water moet eruit  om langer te kunnen bewaren. Wanneer de nectar is omgezet tot honing en wanneer die een vochtigheid lager dan 20% heeft wordt de cel afgedekseld. Stockage!

Maar hierop is het dus nog een week of 2 wachten…

Even een leuk filmpje van Sir David over wilde bijen in de tropen: LINK

Advertenties